Bewaar groenten en aardappelen thuis koel en donker.
Snijd bij het schoonmaken van groenten niet meer weg dan nodig is; de
groene gedeelten van bladgroenten bevatten meer voedingsstoffen dan de
bleke gedeelten.
Schil aardappelen dun en leg ze na het schillen onder water.
Maak de aardappelen en de groenten kort voor het gebruik schoon.
Was de groenten eerst en snijd ze zonodig daarna pas.
Laat gewassen en gesneden groenten niet in het water staan.
Kook bladgroenten met aanhangend water. Breng voor aardappelen en
vaste groenten weinig water aan de kook en voeg de aardappelen of
groenten pas toe als het water kookt.
Prik de aardappelen tijdens het koken niet stuk.
Kook de aardappelen en de groenten kort in een gesloten pan.
Dien de aardappelen en de groenten na de bereiding direct op.
Klop en roer niet langer in aardappelpuree dan nodig is om deze
luchtig te maken.