|
Palingbroodjes |
Geschiedenis:
Het palingbroodje werd met name in Zeeuwse vissersdorpen gemaakt. Nog
steeds is het een regionaal product. Met name op Schouwen-Duiveland
worden ze door veel bakkers bereid. Ook zijn ze verkrijgbaar op
markten in de grotere Zeeuwse plaatsen, tijdens evenementen. Heel soms
vind je de palingbroodjes in andere plaatsen lang de Noordzeekust.
Ingrediënten en bereidingswijze:
De ideale paling is dik, rijp en weegt 300 gram. Stroop deze van kop
tot staart, snijd hem in mootjes, maar laat de graat zitten (vanwege
de smaak). Was de moten en zet ze 2 tot 3 uur weg. Maak brooddeeg
volgens het basisrecept met 500 gram tarwemeel, 40 gram gist, 2,5
deciliter melk, 50 gram boter en een beetje zout. Kneed het deeg
soepel en laat het 30 minuten onder een vochtige doek rijzen. Kneed
nogmaals en rol het uit tot een lap met een dikte van 5 millimeter.
Snijd het deeg in plakjes van 8 bij 10 centimeter. Leg de palingmoten
op de lapjes, vouw ze dicht, maar laat de uiteinden open. Leg de
broodjes met de sluitnaad naar beneden op een bakplaat en laat ze nog
30 minuten narijzen. Bak 15 minuten in de oven op 230 graden Celsius.
|
|
 |
De laatste
stap: stop de broodjes in een juten zak of leg ze onder een wollen
deken. Dat is nodig om de paling in zijn eigen warmte gaar te laten
smoren.
Het is belangrijk geen bladerdeeg te gebruiken (wat natuurlijk
makkelijker en sneller is), maar brooddeeg. Dat komt de smaak van de
paling ten goede. |
| |
|