|
Jan in de zak |
Ingrediënten:
250 gram rozijnen (of krenten)
250 gram boekweitmeel (pak ŕ 500 gram Koopmans)
250 gram zelfrijzend bakmeel
zout
˝ liter melk
1 pot keukenstroop
125 gram boter of margarine
een klein schoon kussensloop
dik elastiek of touw
satéprikker
Bereiding:
Was de rozijnen en laat ze goed uitlekken. Breng ze in een grote pan met
ruim water aan de kook. Leg op de bodem van de pan een omgekeerd bord.
In een kom roert u de boekweitmeel, zelfrijzend bakmeel en het zout
door elkaar. Al roerend voegt u zoveel melk toe dat er een glad en
vrij dik beslag ontstaat dat nog net van de lepel loopt. Schep de
rozijnen door het beslag.
Schep het beslag in één punt van de kussensloop. Bindt de sloop veel hoger
dan de vulling met elastiek of touw dicht. Denk eraan dat het volume
van het deeg zich ongeveer verdubbelt. Leg de zak in kokend water en
laat het gerecht in ca. 3˝ uur gaar worden. Keer de zak regelmatig.
Als de satéprikker er droog uitkomt is de ‘Jan’ gaar.
Intussen verwarmt u in een pannetje al roerend de stroop met boter en ca.
˝ dl. Water tot er een mooie saus ontstaat.
Neem de zak uit het water en laat deze even uitlekken. Neem de vulling uit
de zak en leg deze op een bord. Het overtollige water kunt u
wegschenken en de ‘Jan in de zak’ is klaar om in plakken te snijden.
Verdeel de plakken over 6 borden en schenk de stroopsaus erover.
|
|
 |
Een gekke naam en een vreemd uiterlijk, maar o’zo lekker als lunch- of
nagerecht….
Jan in de zak is een Oudhollands gerecht uit West-Friesland. Een grote
‘deegbol’ vol rozijnen die met een pot stroop en een half pakje boter
een feestmaal oplevert! Ook in andere streken van Nederland is dit
basisrecept bekend, uiteraard met eigen streekgebonden invloeden.
Waar de naam ‘Jan’ vandaan komt is niet bekend, maar de zak verwijst
naar de kussensloop, waarin het deeg met rozijnen zo’n drie uur
gekookt wordt. Vroeger deden katoenen luiers vaak dienst, in plaats
van een kussensloop.
Bereidingstijd: ca. 4 uur
lunch- of nagerecht, 6 personen |
| |
|