| Bakleverworst
|
Geschiedenis:
Het maken van de Twente Bakleverworst was de taak van de boerin. Zij
had het meeste werk aan het schoonmaken van de darm, het omhulsel van
de worst. Meestal werden de varkens- of runderdarmen met een mes of
stuk hout op tafel afgeschraapt. Als er geen darmen beschikbaar waren,
gebruikte men alternatieven: genaaide zakken van linnen, oude
overhemden en ondergoed. Gevuld met ingrediënten werden de darmen of
zakken opgehangen in de nok van een schuur om te drogen. Overigens
maakte de natuurdarm in 1970 plaats voor een kunststofdarm die de
houdbaarheid van de worst verhoogde.
Ingrediënten:
2 varkensnieren, 1 varkenslever, 1 varkenshart*, 1 kilo
boekweitmeel**, 500 gram gruttemeel, 400 gram vetspek in
dobbelsteentjes, zout, peper, gemalen kruidnagelen, (eventueel foelie,
marjolein, nootmuskaat, koriander, gember en tijm) en kunstdarmen.
|
|
 |
Bereidingswijze:
Doe de varkensnieren, de lever het hart in een pan met ruim water en
kook alles gaar. Verwijder alle vellen en maal het vlees fijn. Voeg de
meelsoorten toe en naar smaak peper, zout en de gemalen kruidnagelen.
Roer tot een matig vloeibaar beslag. Vul de darmen voor de helft met
het mengsel (niet meer, want de inhoud zet later uit). Leg de worsten
in een pan met kokend water en laat ze op een laag pitje een half uur
garen. De leverworst is klaar wanneer er geen beslag meer uitkomt als
je er in prikt. Laat de worst daarna drogen op een warme, donkere
plek.
* Vroeger bestond het recept voornamelijk uit kopvlees, dat vóór
verwerking eerst 2 tot 3 uur moest broeien bij een temperatuur van 90
graden Celsius.
** Boekweitmeel kan ook worden vervangen door tarwemeel, zodat de
worst een minder grijze kleur krijgt. |
| |
|