| Duivekater
ofwel langwerpig gistbrood |
De oorspronkelijke receptuur is moeilijk te achterhalen, behalve dan
dat er tarwebloem en zoete toevoegingen werden gebruikt. Wij vonden
het volgende recept voor u.
Ingrediënten:
Ingrediënten: 500 gram tarwemeel, 50 gram boter, mespunt zout, 2
deciliter melk, 30 gram gist, 1,5 theelepel kaneel, een beetje
citroensap en 1 ei. In sommige recepten wordt ook nog melassestroop
toegevoegd, ongeveer 125 gram.
Bereidingswijze:
Smelt de boter in een pannetje op laag vuur en laat het afkoelen. Zeef
het tarwemeel boven een kom en voeg zout, kaneel en citroensap toe.
Los de gist op (eventueel met de stroop) in lauwe melk. Maak een
kuiltje in de bloem en schenk daar de gistoplossing en de warme boter
in. Kneed het deeg soepel en laat het onder een vochtige doek een uur
rijzen op een warme plaats. Verdeel de bol in twee langwerpige stukken
en laat het 30 tot 35 minuten narijzend.
Het bijzondere van de Duivekater vooral zit in de versiering. Knip de
ene punt van het brood twee maal in en het andere uiteinde drie maal.
Krul de in geknipte punten om. Klop het ei los en bestrijk de
Duivekaters ermee. Bak de broden 23 minuten in de over bij een
temperatuur van 200 graden Celsius.
|
|
 |
Oorsprong:
De precieze oorsprong is onbekend. Volgens één theorie hebben de
Germanen het brood als een soort bloedoffer gebruikt. De
scheenbeenvorm zou overeenkomsten vertonen met sierbroden in Duitsland
en Zwitserland, de zogenoemde Schienbeinchen en Totenbeinchen. Ook de
afkomst van de naam is niet zeker. Het zou een afgeleide kunnen zijn
van een Leidse bakker genaamd Deuvekater. Maar een verbastering van
deux fois quatre, een groot brood met twee maal het gewicht van vier
duiten is ook denkbaar. |
| |
|