|
Worstenbroodjes-2- |
Ingrediënten:
250 gram bloem
1 mespunt zout
1½ deciliter melk
15 gram gist
25 gram boter
250 gram mager varkensgehakt
zout
peper
nootmuskaat
2 eieren
4 beschuiten
Bereidingswijze:
Zeef de bloem boven een kom met het zout.
Verwarm de melk lauwwarm en los de gist op in de lauwe melk.
Smelt de boter in een pannetje en laat afkoelen. Maak een kuiltje in
de bloem en giet er de gistoplossing en de gesmolten boter in.
Kneed alles tot een mooi soepel deeg en laat dit, afgedekt met een
vochtige doek, één uur op een warm plekje rijzen.
Maak het gehakt aan met zout, versgemalen peper en nootmuskaat naar
smaak, de eieren (houd wat eigeel apart) en de fijngemaakte
beschuiten.
Rol het deeg vervolgens uit op een met bloem bestrooide aanrecht tot
een vierkante lap van een ½ cm dik.
Snijd uit het deeg lapjes van 10 bij 8 cm en leg op elk deeglapje een
rolletje gehakt.
Rol de deeglapjes op, druk de naden wat aan en leg de worstenbroodjes
met de naad naar onderen op een beboterde bakplaat.
|
|
 |
Laat de worstenbroodjes nog vijftien minuten narijzen,
bestrijk ze met wat eigeel en bak ze dan in een voorverwarmde oven
(175 °C) in dertig minuten gaar en goudbruin. Dien de worstenbroodjes
warm op.
Worstenbroodjes worden vandaag de dag het hele jaar gegeten. Vroeger
kwam deze Brabantse traktatie alleen na de mis in de kerstnacht op
tafel, met name in Tilburg. |
| |
|